Veilig meten door differentiële ingangen

Een automotive-oscilloscoop met differentiële ingangen voorkomt schade aan auto-elektronica als gevolg van verkeerd aansluiten tijdens meten.

Geen differentiële ingangen

In een standaard automotive-oscilloscoop zonder differentiële ingangen zijn de massa-aansluitingen van alle ingangskanalen met elkaar verbonden. Wanneer kanaal 1 van de automotive-oscilloscoop wordt gebruikt om de accuspanning te meten en kanaal 2 bijvoorbeeld een plus-geschakelde injector, kan een grote kortsluitstroom gaan lopen. Deze kortsluitstroom kan optreden als de massa-aansluiting van kanaal 2 per ongeluk wordt verbonden met de injector. Deze grote kortsluitstroom kan zowel de bedrading en de elektronica van de auto beschadigen. Door gebruik van een automotive-oscilloscoop zonder differentiële ingangen ontstaat veel schade als gevolg van het verkeerd aansluiten van de automotive-oscilloscoop.

Geen differentiële ingangen: kortsluiting door verkeerd aansluiten.

Figuur 1: Geen differentiële ingangen: kortsluiting door verkeerd aansluiten.

Met differentiële ingangen

Een automotive-oscilloscoop als de Automotive scope ATS610004D-XMSG en Automotive scope ATS5004D heeft differentiële ingangskanalen. De massa-aansluitingen van de ingangen zijn niet met elkaar verbonden en zijn ook niet verbonden met de massa van de PC. Wanneer het instrument per ongeluk verkeerd wordt aangesloten, loopt er geen kortsluitstroom en horen dure extra reparaties als gevolg van beschadigde auto-elektronica tot het verleden.

Met differentiële ingangen geen kortsluiting.

Figuur 2: Met differentiële ingangen geen kortsluiting.

Extra apparatuur gebruiken

Wanneer behalve de automotive-oscilloscoop ook bijvoorbeeld een foutcodelezer op de computer is aangesloten, zijn differentiële ingangen op de automotive-oscilloscoop nog belangrijker.

De foutcodelezer is verbonden met de massa van de accu en met de massa van de computer. Bij een standaard automotive-oscilloscoop zijn de ingangen verbonden met de massa van de accu. Wanneer de foutcodelezer verbonden is met de auto en de massa-aansluitingen van een ingang van de automotive-oscilloscoop per ongeluk wordt verbonden met de plus van de accu, worden zowel de computer als de foutcodelezer beschadigd door de zeer grote kortsluitstroom die gaat lopen.

Conclusie

Een verkeerde aansluiting is zo gemaakt.
Figuur 3: Een verkeerde aansluiting is zo gemaakt.

Met een automotive-oscilloscoop met differentiële ingangen treden deze problemen nooit op omdat:

Het wordt daarom sterk aanbevolen altijd een automotive-oscilloscoop met differentiële ingangen te gebruiken om kortsluitingen en dure schade aan de auto-elektronica te voorkomen.