Meten aan de actieve koolstoffilterklep

Download meting

Actuatorinformatie

Type: Elektrisch aangestuurde klep
Voeding: 12 V vanaf systeemrelais
Signaaltype: Duty cycle-variërend
Signaalniveau: 0 V tot 12 V met pieken tot 60 V

Functie van de actieve koostoffilterklep

Om te voorkomen dat een brandstoftank door het verbruik van brandstof vacuüm gezogen wordt en om overdruk te voorkomen, is de tank voorzien van een ontluchting. In verband met de milieueisen mag dat niet rechtstreeks naar de buitenlucht, maar moet dat via een filter dat de brandstofdampen opvangt. Wanneer de auto stilstaat en de temperatuur oploopt, zal de druk in de tank toenemen. De tank zal dan ontluchten via het actieve koolstoffilter dat de dampen opneemt. Om te voorkomen dat dit filter verzadigd raakt, wordt het tijdens het rijden geregenereerd, schoon gezogen. Via de actieve koolstoffilterklep of regeneratieklep wordt tijdens het rijden lucht via het filter in het inlaatspruitstuk gezogen, de brandstofdampen worden dan meegenomen. Deze elektrisch bediende klep wordt via de ECU aangestuurd. Als de klep open staat, komt er meer brandstof in de cilinders. De ECU constateert dat met behulp van de lambdasensor en compenseert het door de inspuittijd iets te verkorten.

De klep wordt normaal dichtgehouden door een veer en is uitgerust met een spoel. Zodra deze wordt bekrachtigd, ontstaat een magnetisch veld dat de klep opentrekt. De actieve koolstoffilterklep wordt gevoed via een systeemrelais aan de positieve kant. Om de klep te bekrachtigen wordt de negatieve kant naar massa geschakeld.

Aansluiten van labscoop

De werking van de actieve koolstoffilterklep kan worden gecontroleerd door de volgende signalen te meten, zie figuur 1:

Kanaal Probe Spanning Meetbereik
1 Red probe Signaalspanning op de actieve koolstoffilterklep 80 V
Black probe Massa op accuklem
2 Yellow probe Positieve kant voeding van de actieve koolstoffilterklep 20 V
Black probe Massa op accuklem
Meetschema
Figuur 1: Meetschema
Meten aan een werkende actieve koolstoffilterklep
Figuur 2: Meten aan een werkende actieve koolstoffilterklep

De labscoop is met een Meetsnoer TP-C1812B en Backprobe TP-BP85 aangesloten op de actieve koolstoffilterklep. De labscoop wordt in normale scoopmodus gebruikt.

Meten

In figuur 3 is het signaal te zien van de actieve koolstoffilterklep tijdens stationair lopen van een warme motor. Dit signaal kan worden gedownload en gebruikt om de labscoop op de juiste manier in te stellen of als referentiesignaal.

Download actieve koolstoffilterklep-meting

Labscoopmeting aan actieve koolstoffilterklep

Figuur 3: Labscoopmeting aan actieve koolstoffilterklep

Het signaal van kanaal 1 (rood) is het signaal aan de negatieve zijde van de actieve koolstoffilterklep, die door de ECU naar massa wordt geschakeld. Aan het begin van de meting wordt de klep nog niet aangestuurd. Er loopt nog geen stroom en dus is de spanning gelijk aan de accuspanning. Op het moment dat de klep door de ECU aangestuurd wordt, gaat er stroom lopen en zakt de spanning abrupt naar 0 V. Deze stroom zal een magnetisch veld opbouwen. Wanneer het magnetisch veld sterk genoeg is om de veerkracht te overwinnen, zal de klep openen.

Als de klep lang genoeg open is geweest, wordt de stroom door de actieve koolstoffilterklep door de ECU onderbroken op t = 0. Doordat het circuit nu onderbroken is, kan er geen stroom meer lopen en begint het opgebouwde magnetische veld af te zwakken. De plotselinge stroomverandering veroorzaakt een hoge inductiespanning. In deze meting wordt deze inductiespanning door een diode afgevlakt op ongeveer 48 V. Wanneer het magnetisch zoveel is verzwakt dat de klep niet meer open kan worden gehouden, sluit deze door de veerdruk. Het bewegen van de klep heeft weer een verandering van het magnetisch veld tot gevolg, wat terug te zien is aan de knik in het spanningssignaal.

De voeding van de actieve koolstoffilterklep, gemeten met kanaal 2 (geel), is in de gehele meting op de zelfde waarde als de accuspanning. Tijdens het opensturen van de klep loopt er stroom door de klep, wat een kleine spanningsdaling tot gevolg kan hebben.

Het tijdstip waarop de actieve koolstoffilterklep wordt geopend en de openingstijd zijn niet kritiek voor het correct draaien van de motor.

Diagnose

Signalen kunnen afwijken bij andere typen motormanagementsystemen en actieve koolstoffilterklepen. Raadpleeg ATIS voor informatie over specifieke motormanagementsystemen en actieve koolstoffilterklepen.

Onderstaande afwijkingen van meetwaarden kunnen wijzen op een probleem:

  • Geen signaal:
    Oorzaken: meetpennen geen verbinding (voer connectietest uit), geen voeding, eindtrap in ECU defect, actieve koolstoffilterklep defect
  • Te hoge signaalspanning (bij aangestuurde klep):
    Oorzaken: slechte of geen massa aanwezig voor de ECU, weerstand in bedrading naar ECU
  • Signaal vertoont veel ruis:
    Oorzaken: bedrading van voeding of signaaldraad beschadigd, slecht contact in stekkeraansluitingen, actieve koolstoffilterklep defect
  • Signaal vertoont een offset:
    Oorzaken: slechte of geen massa aanwezig voor de ECU, de scoop staat niet in gelijkspanningskoppeling: DC

GERELATEERDE ARTIKELEN

Indirecte injectiespanning meten
Met een labscoop wordt gemeten aan een injector tijdens stationair toerental van een warme motor. Het signaal wordt getoond en kan worden gedownload. Verschillende mogelijke afwijkingen van het signaal worden genoemd, waarmee kan worden vastgesteld of de injector goed werkt.
Lambdasensor (zirconium)
Met de labscoop wordt gemeten aan een lambda-sensor tijdens het stationair draaien van een warme motor. Het signaal wordt getoond en kan worden gedownload. Verschillende mogelijke afwijkingen van de signalen worden genoemd, waarmee kan worden vastgesteld of de lambda-sensor en z'n verwarming goed werkt.
Disclaimer

Dit document is onderhevig aan veranderingen en kan zonder voorafgaande mededeling worden aangepast. Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

De informatie in deze applicatie-note is gecontroleerd en wordt als betrouwbaar beschouwd. TiePie engineering kan echter niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden.

Veiligheidswaarschuwing:

  • Controleer voor het meten dat bronnen van gevaarlijk hoge spanning zijn uitgeschakeld of afgeschermd tegen aanraking. Spanningen boven 30 V AC RMS, 42 V AC piek of 60 V DC worden als gevaarlijk beschouwd.
  • Zorg tijdens het meten voor een schone en overzichtelijke werkplek.
  • Deze metingen en procedures dienen als voorbeeld / meetsuggestie en zijn geen voorgeschreven standaard.
  • TiePie engineering kan niet anticiperen op de benodigde veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van personen en apparatuur. Ga alvorens te meten eerst na welke veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn.