Meten aan een stationair-regelklep

Download meting

Actuatorinformatie

Type: Lucht-bypass-regelklep
Voeding: 12 V vanaf systeemrelais
Signaaltype: Variërende duty cycle
Signaalniveau: 0 V tot 12 V

Werking van de stationair-regelklep

Om het stationair toerental van de motor te regelen, kan een stationair-regelklepmechanisme worden gebruikt. Deze regelt de hoeveelheid lucht die via een bypass om de gasklep gaat. Dit mechanisme wordt vaak gebruikt op voertuigen met benzine-injectie die geen gaskleppositiemotor hebben, zoals gaskleppositie-DC-motor of Gaskleppositiestappenmotor.

Twee verschillende stationair-regelkleppen worden gebruikt, met een enkele spoel of met dubbele spoelen, met respectievelijk een 2-polige aansluiting of een 3-polige aansluiting. Beide stationair-regelkleppen zijn mechanisch vergelijkbaar van opbouw. De dubbele magneetklep gebruikt een spoel voor het openen en een spoel voor het sluiten van de klep. De enkele magneetklep heeft een voor het terugtrekken van de klep in een initiële positie, meestal gesloten, en de spoel opent de klep tegen de veerdruk in. Beide stationair-regelkleppen hebben een voeding verbonden met een zijde van de spoel(en) en de andere zijde verbonden met de ECU. Wanneer de ECU de positie van de klep moet veranderen activeert deze de spoel door het schakelen van de spoel naar massa met een duty cycle-signaal, waardoor een magnetisch veld ontstaat dat de klep naar de nieuwe positie trekt. De duty cycle-waarde beïnvloedt de positie van de klep en daardoor de hoeveelheid lucht die de gasklep omzeilt.

De stationair-regelklep in deze meting heeft 2 spoelen. De frequentie van het duty cycle-singaal van een stationair-regelklep is ongeveer 100 Hz, andere motormanagementsystemen kunnen andere frequenties gebruiken. De duty cycle van het singaal signaal bij stationair toerental is meestal 40-45% voor de openspoel en het tegenovergestelde voor de sluitspoel, 60-55%. Bij een stationair-regelklep met enkele spoel is alleen de open-duty cycle van toepassing.

Aansluiten van labscoop

De werking van de stationair-regelklep kan worden gecontroleerd door de volgende signalen te meten, zie figuur 1:

Kanaal Probe Spanning Meetbereik
1 Rode probe Signaalspanning magneetklep-openen 20 V
Zwarte probe Massa op accuklem
2 Gele probe Signaalspanning magneetklep-sluiten 20 V
Zwarte probe Massa op accuklem
3 Groene probe Voeding stationair-regelklep 20 V
Zwarte probe Massa op accuklem
Meetschema
Figuur 1: Meetschema
Meten aan een werkende stationair-regelklep
Figuur 2: Meten aan een werkende stationair-regelklep

De labscoop is met een Meetsnoer TP-C1812B en Backprobe TP-BP85 aangesloten op de stationair-regelklep.

De labscoop is in recordermodus gezet. In recordermodus wordt een stream-meting uitgevoerd, waarbij de signalen continu live op het scherm worden getoond. Omdat de te meten signalen langzaam variëren, wordt de Automotive scope ATS5004D op een lage meetsnelheid ingesteld.

Meten

In figuur 3 is het signaal te zien van de stationair-regelklep, gemeten onder de volgende omstandigheden: contact aan, motor starten, stationair toerental en contact uit. Dit signaal kan worden gedownload en gebruikt om de labscoop op de juiste manier in te stellen of als referentiesignaal.

Download Stationair-regelklepmeting

Labscoopmeting aan stationair-regelklep

Figuur 3: Labscoopmeting aan stationair-regelklep

Kanaal 1 (rood) toont de signaalspanning van de open-magneetklep, kanaal 2 (geel) de signaalspanning van de sluit-magneetklep en kanaal 3 (groen) toont de voedingsspanning. Het paarse signaal toont het berekende duty cycle-signaal van de open-magneetklep, kanaal 1, en de meter toont de huidige duty cycle van kanaal 1. Aan het begin van de meting wordt het contact ingeschakeld en de voedingsspanning van de stationair-regelklep bereikt 12 V. De duty cycle gaat naar 100%, wat betekent dat de stationair regelklep volledig geopend wordt, hierdoor reset de ECU de positie van de stationair klep. Vervolgens wordt door de ECU een duty cycle-signaal gegenereerd met een instelling die overeenkomt met de huidige staat van de motor. Wanneer de motor wordt gestart, daalt de voedingsspanning door het starten van de motor. De ECU verhoogt de duty cycle om de toevoer van lucht te verhogen voor de koude start. Wanneer geen gas wordt gegeven, past de ECU de duty cycle aan om het motortoerental te stabiliseren tot het juiste stationair toerental. Als het contact wordt uitgeschakeld, worden de voeding en het suursignalen uitgeschakeld.

Diagnose

Signalen kunnen afwijken bij andere typen motormanagementsystemen en stationair-regelkleppen. Raadpleeg ATIS voor informatie over specifieke motormanagementsystemen en stationair-regelkleppen.

Onderstaande afwijkingen van meetwaarden kunnen wijzen op een probleem:

  • Geen signaal:
    Oorzaken: meetpennen geen verbinding (voer connectietest uit), geen voeding naar stationair-regelklep, stationair regelklep defect, ECU defect
  • Te lage signaalspanning:
    Oorzaken: meetpennen hebben een slechte verbinding (voer connectietest uit), slechte of geen voeding naar stationair-regelklep, slechte of geen massa voor ECU, weerstand in bedrading naar ECU
  • Signaal vertoont ruis:
    Oorzaken: bedrading van signaaldraad of voeding beschadigd, slecht contact in stekkeraansluitingen, stationair-regelklep defect
  • Signaal vertoont een offset ten opzichte van het voorbeeldsignaal:
    Oorzaken: de scoop staat niet in gelijkspanningkoppeling: DC, slechte voeding naar stationair-regelklep, slechte of geen massa voor ECU, weerstand in bedrading naar ECU

GERELATEERDE ARTIKELEN

Gaskleppositiemotor DC meten
Met een labscoop wordt gemeten aan een gaskleppositiemotor bij contact aan en stilstaande motor. Het signaal wordt getoond en kan worden gedownload. Verschillende mogelijke afwijkingen van het signaal worden genoemd, waarmee kan worden vastgesteld of de gaskleppositiemotor goed werkt.
Gaskleppositiemotor-stappenmotor
Met een labscoop wordt gemeten aan een gaskleppositie-stappenmotor bij motor op bedrijfstemperatuur en verhoogd toerental. Het signaal wordt getoond en kan worden gedownload. Verschillende mogelijke afwijkingen van het signaal worden genoemd, waarmee kan worden vastgesteld of de gaskleppositie-stappenmotor goed werkt.
Disclaimer

Dit document is onderhevig aan veranderingen en kan zonder voorafgaande mededeling worden aangepast. Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

De informatie in deze applicatie-note is gecontroleerd en wordt als betrouwbaar beschouwd. TiePie engineering kan echter niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden.

Veiligheidswaarschuwing:

  • Controleer voor het meten dat bronnen van gevaarlijk hoge spanning zijn uitgeschakeld of afgeschermd tegen aanraking. Spanningen boven 30 V AC RMS, 42 V AC piek of 60 V DC worden als gevaarlijk beschouwd.
  • Zorg tijdens het meten voor een schone en overzichtelijke werkplek.
  • Deze metingen en procedures dienen als voorbeeld / meetsuggestie en zijn geen voorgeschreven standaard.
  • TiePie engineering kan niet anticiperen op de benodigde veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van personen en apparatuur. Ga alvorens te meten eerst na welke veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn.