Aan een luchthoeveelheidsmeter meten

Download meting

Sensorinformatie

Type: Luchtvaan
Voeding: Vanuit ECU, 5 V en massa
Signaaltype: Amplitudevariërend
Signaalniveau: 1,2 V tot 4,9 V

Werking van de luchtvaansensor

De luchthoeveelheidsmeter (LHM) van het type luchtvaansensor meet de hoeveelheid passerende lucht in het inlaatsysteem van een motor met een meetvaan die in de luchtstroom is geplaatst. De meetvaan wordt door een veer in een rustpositie gehouden. Als lucht langs de meetvaan stroomt (de motor loopt), wordt de vaan door de langsstromende lucht tegen de veerdruk in verdraaid. Hoe meer lucht er passeert, hoe groter de uitslag van de luchtvaan. De vaan is gekoppeld aan de loper van een potentiometer. Het ene uiteinde van de koolstofbaan is op de voeding aangesloten, het ander uiteinde op de massa. Als de vaan uitslaat verplaatst de loper over de koolstofbaan van de potentiometer en verandert het sensorsignaal overeenkomstig de uitslag van de meetvaan. Aan de hand van het sensorsignaal kan het motormanagementsysteem bepalen hoeveel lucht de verbrandingskamers ingaat.

Aansluiten van labscoop

De werking van de luchtvaansensor kan worden gecontroleerd door de volgende signalen te meten, zie figuur 1:

Kanaal Probe Spanning Meetbereik
1 Red probe Signaalspanning op uitgang van sensor 8 V
Black probe Massa op accuklem
2 Yellow probe Positieve kant sensorvoeding 8 V
Black probe Negatieve kant sensorvoeding
Meetschema
Figuur 1: Meetschema
Meten aan een werkende luchtvaansensor
Figuur 2: Meten aan een werkende luchtvaansensor

De labscoop is via een Meetsnoer TP-C1812B en Backprobe TP-BP85 op de luchtvaansensor aangesloten. De labscoop is in recordermodus gezet. In recordermodus wordt een stream-meting uitgevoerd, waarbij de signalen continue live op het scherm worden getoond. Omdat de te meten signalen maar langzaam variëren, wordt de Automotive scope ATS5004D op een lage meetsnelheid ingesteld.

Meten

In figuur 3 is het signaal te zien van de luchtvaansensor, gemeten onder de volgende omstandigheden: contact aan, starten, stationair, 2000 toeren, 3000 toeren en vervolgens terug naar stationair toerental. Dit signaal kan worden gedownload en gebruikt om de labscoop op de juiste manier in te stellen of als referentiesignaal.

Download luchtvaansensormeting

Labscoopmeting aan luchtvaansensor

Figuur 3: Labscoopmeting aan luchtvaansensor

Kanaal 1 (rood) toont het signaal van de luchtvaansensor en kanaal 2 (geel) de voeding van de sensor. Het begin van de meting laat het starten van de motor zien waarna het toerental even moet stabiliseren tot het stationair toerental bereikt is. Vervolgens wordt er twee maal gas gegeven waarbij de signaalspanning bij elke verhoging van het toerental ook iets verhoogt in waarde. Bijna aan het eind van de meting wordt het gas weer losgelaten en zakt de signaalspanning weer tot de motor het stationaire toerental heeft bereikt. Het signaal van de luchtvaansensor toont spikes en een lage hoeveelheid ruis, dit heeft geen invloed op de werking van het motormanagementsysteem omdat de ECU de ingangssignalen filtert.

Diagnose

Signalen kunnen afwijken bij andere typen motormanagementsystemen en luchtvaansensoren. Raadpleeg ATIS voor informatie over specifieke motormanagementsystemen en luchtvaansensoren.

Onderstaande afwijkingen van meetwaarden kunnen wijzen op een probleem:

  • Geen signaal:
    Oorzaken: meetpennen geen verbinding (voer connectietest uit), geen voeding, sensor defect
  • Te hoge signaalspanning:
    Oorzaken: slechte of geen massa aanwezig, sensor defect
  • Signaal vertoont veel ruis:
    Oorzaken: bedrading van voeding of signaaldraad beschadigd, koolstofbaan potentiometer slecht, slecht contact in stekkeraansluitingen
  • Signaal vertoont een offset ten opzichte van voorbeeldsignaal:
    Oorzaken: voeding van luchtvaansensor slecht, valse lucht in het inlaatcircuit, sensor defect

GERELATEERDE ARTIKELEN

Luchtmassameter (LMM) hittedraadsensor
Met een labscoop wordt gemeten aan een hittedraadsensor bij stationair toerental, 2000RPM, 3000RPM en terug naar stationair toerental van een warme motor. Het signaal wordt getoond en kan worden gedownload. Verschillende mogelijke afwijkingen van het signaal worden genoemd, waarmee kan worden vastgesteld of de hittedraadsensor goed werkt.
Manifold Absolute Pressure (MAP) sensor
Met een labscoop wordt gemeten aan een MAP-sensor bij stationair toerental, 2000RPM, 3000RPM en terug naar stationair toerental van een warme motor. Het signaal wordt getoond en kan worden gedownload. Verschillende mogelijke afwijkingen van het signaal worden genoemd, waarmee vastgesteld kan worden of de MAP-sensor goed werkt.
Disclaimer

Dit document is onderhevig aan veranderingen en kan zonder voorafgaande mededeling worden aangepast. Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

De informatie in deze applicatie-note is gecontroleerd en wordt als betrouwbaar beschouwd. TiePie engineering kan echter niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden.

Veiligheidswaarschuwing:

  • Controleer voor het meten dat bronnen van gevaarlijk hoge spanning zijn uitgeschakeld of afgeschermd tegen aanraking. Spanningen boven 30 V AC RMS, 42 V AC piek of 60 V DC worden als gevaarlijk beschouwd.
  • Zorg tijdens het meten voor een schone en overzichtelijke werkplek.
  • Deze metingen en procedures dienen als voorbeeld / meetsuggestie en zijn geen voorgeschreven standaard.
  • TiePie engineering kan niet anticiperen op de benodigde veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van personen en apparatuur. Ga alvorens te meten eerst na welke veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn.